Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Wijziging beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht. Reden verhoging aangetoond op moment dat gegevens zijn ontvangen.

Uitspraak



15/5471 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 juli 2015, 15/974 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)

Datum uitspraak: 16 mei 2017

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.A.R. Schuckink Kool, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2017. Namens appellant is verschenen mr. Schuckink Kool. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

J.A. Bogaards.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant ontvangt sinds 21 februari 2012 bijstand, ten tijde van belang op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande. Op de bijstand van appellant wordt vanaf april 2012 een bedrag ingehouden in verband met de terugvordering van een bedrag van € 177.521,35 wegens te veel ontvangen bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 oktober 2011.

1.2.

Naar aanleiding van met ingang van 1 oktober 2013 gewijzigd beleid met betrekking tot de toepassing van de beslagvrije voet heeft het college appellant bij brief van 16 september 2013 geïnformeerd over de mogelijkheid de aflossing te verlagen in verband met hoge

woonkosten- en/of ziektepremiekosten. Daarbij heeft het college appellant voorts in de gelegenheid gesteld gegevens te verstrekken om te kunnen beoordelen of er maandelijks minder op zijn bijstand kan worden ingehouden. Op basis van de vervolgens door appellant verstrekte gegevens heeft het college bij besluit van 15 oktober 2013 de aflossing van de schuld met ingang van 1 oktober 2013 aangepast van € 92,64 naar € 42,58 per maand.

1.3.

Bij brief van 30 oktober 2013 heeft appellant het college verzocht de beslagvrije voet ook over de periode van 21 februari 2012 tot 1 oktober 2013 aan te passen.

1.4.

Bij besluit van 6 januari 2014 heeft het college de aflossing van de schuld met ingang van 1 oktober 2013 gewijzigd van € 42,58 in € 19,95 per maand. Voorts heeft het college aan appellant bericht dat het niet mogelijk is om de beslagvrije voet met terugwerkende kracht aan te passen.

1.5.

Bij brieven van 19 maart 2014 en 12 juni 2014 heeft appellant het college opnieuw verzocht om terug te komen op de inhoudingen op de bijstand in de periode voor

oktober 2013. Bij besluit van 25 augustus 2014 heeft het college die verzoeken afgewezen.

1.6.

Bij besluit van 12 januari 2015 (bestreden besluit) heeft het college de brief van appellant van 30 oktober 2013 aangemerkt als bezwaarschrift tegen het bij besluit van 15 oktober 2013 impliciet afgewezen verzoek de beslagvrije voet met terugwerkende kracht te wijzigen, en dit bezwaar ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat de beslagvrije voet terecht is aangepast met ingang van de datum waarop appellant daarom heeft verzocht, omdat hij eerder voldoende gelegenheid heeft gehad om daartoe een verzoek in te dienen en daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Op grond van artikel 60, eerste en vierde lid, van de WWB wordt het initiatief om inlichtingen te verstrekken op grond waarvan de beslagvrije voet kan worden berekend, bij de schuldenaar gelegd. Dat appellant zich niet eerder bewust was van de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de inhoudingen en het college er beleidsmatig voor heeft gekozen om cliënten vanaf oktober 2013 actief te informeren over de mogelijkheid de beslagvrije voet te verhogen met hoge woonkosten- en ziektepremiekosten, doet daar niet aan af.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat appellant met zijn verzoek (lees: verzoeken van 19 maart 2014 en 12 juni 2014) in feite opkomt tegen het maandelijks niet volledig uitbetalen van zijn bijstand. Door geen rechtsmiddel aan te wenden tegen de uitkeringsspecificaties die zien op de periode voorafgaande aan oktober 2013 zijn de daarin besloten liggende besluiten echter in rechte komen vast te staan.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Bij uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) heeft de Raad, in navolging van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3131), zijn rechtspraak over de toetsing door de bestuursrechter van besluiten op een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit gewijzigd. Die wijziging brengt mee dat voor het antwoord op de vraag welk toetsingskader wordt gehanteerd bepalend is op welke grondslag en op welke wijze het bestuursorgaan de aanvraag heeft afgewezen.

4.2.

Het college heeft het verzoek van appellant ten volle beoordeeld en op inhoudelijke gronden afgewezen. De Raad zal gelet daarop, anders dan de rechtbank heeft gedaan, de afwijzing eveneens inhoudelijk beoordelen en toetsen aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden.

4.3.

Het geschil in hoger beroep spitst zich toe op de ingangsdatum van de aanpassing van de beslagvrije voet.

4.4.

Op grond van artikel 475d, zevende lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet de beslaglegger met een wijziging van omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen onverwijld rekening houden. Hij is verplicht aan degene die de periodieke betaling moet verrichten, met het tijdstip van ingang, kennis van de verhoging te geven onmiddellijk nadat de reden daarvoor is aangetoond aan hem, zijn advocaat, zijn gemachtigde of de deurwaarder.

4.5.

Appellant heeft aangevoerd dat de beslagvrije voet met terugwerkende kracht aangepast had moeten worden en dat restitutie over de periode van 21 februari 2012 tot 1 oktober 2013 had moeten plaatsvinden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Tussen partijen is niet in geschil dat het college de voor de herberekening van de beslagvrije voet benodigde gegevens eerst bij brief van 8 oktober 2013 van appellant heeft ontvangen. Op dat moment was de reden voor de verhoging van de beslagvrije voet aangetoond. Met de aanpassing van de beslagvrije voet met ingang van oktober 2013 heeft het college voldaan aan het vereiste dat het onverwijld rekening moet houden met de wijziging van omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen.

4.6.

Anders dan appellant heeft aangevoerd, bestond voor het college geen aanleiding om af te wijken van de gehanteerde gedragslijn dat de toepassing van de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht plaatsvindt. Dat het college, anders dan voorheen, pas met ingang van oktober 2013 cliënten met een lopende aflossing per brief informeert over de mogelijkheid om gegevens in te leveren ten behoeve van de berekening van hun beslagvrije voet, maakt dat niet anders.

4.7.

Uit 4.1 tot en met 4.6 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, gelet op wat in 4.2 is overwogen met verbetering van gronden, moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel als voorzitter en E.C.R. Schut en J.H.M. van de Ven als leden, in tegenwoordigheid van J.M.M. van Dalen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2017.

(getekend) W.H. Bel

(getekend) J.M.M. van Dalen

HD


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature