Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Afgewezen bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. Geen bijzondere omstandigheden. Geen noodzaak acute verhuizing.

Uitspraak



16/4528 PW

Datum uitspraak: 9 mei 2017

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2016, 16/3030 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.H. Boomstra, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2017. Namens appellante is verschenen mr. Boomstra. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. S.S. Kisoentewari.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante is in augustus 2013 naar Nederland gekomen. Van 4 juni 2015 tot en met

26 juli 2015 ontving appellante bijstand ingevolge de Participatiewet naar de norm voor een alleenstaande ouder. Vanaf 27 juli 2015 tot 1 november 2015 ontving zij inkomen uit arbeid boven de voor haar van toepassing zijnde bijstandsnorm. Sinds 1 november 2015 ontvangt appellante weer bijstand, eerst met toepassing van de kostendelersnorm en vanaf februari 2016 zonder die norm in verband met de verhuizing van appellante en haar kinderen naar een zelfstandige woonruimte in [woonplaats] . Voorafgaand aan deze verhuizing woonde appellante met haar kinderen bij een tante in [woonplaats] .

1.2.

Op 22 februari 2016 heeft appellante bijzondere bijstand aangevraagd, voor zover hier van belang, in de kosten van woninginrichting tot een bedrag van € 2.500,-. Bij besluit van

23 februari 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 25 maart 2016 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bijzondere bijstand in de kosten van woninginrichting moet worden verleend. Het college heeft het standpunt ingenomen dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat een plotselinge verhuizing noodzakelijk was en dat deze kosten voorzienbaar waren waardoor zij de mogelijkheid had om te reserveren.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat de verhuizing niet voorzienbaar was, omdat zij genoodzaakt was de woning van haar tante plotseling te verlaten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Het gaat hier om incidentele algemene kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau dienen te worden voldaan. Ook als voor het maken van deze kosten een objectieve noodzaak bestaat, kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Of iemand voor de kosten heeft kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling achteraf kan voldoen, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4.2.

In geschil is of deze kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4.3.

In paragraaf 9.5.9 van de door het college gehanteerde Beleidsvoorschriften Werk, Participatie en Inkomen van de gemeente Amsterdam (beleidsvoorschriften) - samengevat en voor zover van belang - is bepaald dat de kosten voor een verhuizing en woninginrichting niet voor bijstandsverlening in aanmerking komen. De wens om te verhuizen is geen bijzondere omstandigheid. Verhuizingen zijn voorzienbaar en voor de kosten die met een verhuizing en inrichting samenhangen zal dan ook vooraf gereserveerd moeten worden. Alleen in bijzondere situaties, waarbij sprake is van bijzondere medische of sociale redenen die een plotselinge verhuizing noodzakelijk maken, terwijl geen beroep op een voorliggende voorziening mogelijk is, kan bijstand voor deze kosten worden verstrekt. Dit gedeelte van de beleidsvoorschriften is als een nadere uitwerking van het begrip bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand aan te merken indien het gaat om bijzondere bijstand voor kosten die verband houden met een verhuizing en woninginrichting.

4.4.

In wat appellante heeft aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Met het college en de rechtbank wordt geoordeeld dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat een plotselinge verhuizing noodzakelijk was. Uit de verklaring van de gezinsmanager van appellante van 23 februari 2016 volgt dat geen sprake is van een acute huisuitzetting en dat appellante voorlopig kon blijven wonen bij haar tante, maar dat dit niet voor altijd zo kon blijven. De door appellante eerst in hoger beroep overgelegde ongedateerde verklaring van [naam P] (P), de zoon van de tante bij wie zij voorafgaand aan haar verhuizing in huis woonde, leidt niet tot een ander oordeel. P heeft verklaard dat de verstandhouding tussen appellante en zijn moeder na zes maanden verslechterde en dat appellante moest verhuizen omdat zijn moeder de kamer waar appellante woonde wilde verhuren aan een familielid. P heeft ook verklaard dat dit voor appellante onverwacht gebeurde en dat zijn moeder weigerde haar langer in de woning te houden. Appellante heeft, zo blijkt uit de verklaring van P, op zijn verzoek bij zijn moeder onderdak gevonden. In bezwaar heeft appellante toegelicht dat het hier tijdelijke opvang betrof, nadat zij een zwervend bestaan had geleid waarbij zij op verschillende adressen heeft verbleven bij familie en mensen die haar wilden helpen, en dat zij voor deze kamer bij de tante ook niet hoefde te betalen. Appellante en haar kinderen beschikten bij de tante en voordien dan ook niet over zelfstandige woonruimte. Appellante stond ingeschreven bij Woningnet voor zelfstandige huisvesting. Gelet hierop waren de kosten van woninginrichting voor appellante al geruime tijd voorzienbaar. Dat het uiteindelijke moment van vertrek voor haar, naar is gesteld, onverwacht kwam, doet daaraan niet af. Verder ontving appellante voorafgaand aan de verhuizing een inkomen op bijstandsniveau en gedurende enkele maanden een inkomen uit arbeid boven bijstandsniveau. Ook betaalde zij geen huur aan haar tante. Gelet hierop heeft appellante de mogelijkheid gehad om te reserveren voor deze kosten.

4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van C. Moustaïne als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2017.

(getekend) Y.J. Klik

(getekend) C. Moustaïne

HD

Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature